Alle onderwerpen

Handleiding › Agenten

Een agent uit dienst nemen

Is een dossier klaar, vertrekt een klant, of gaat het werk naar een andere agent, dan neem je de agent uit dienst. Je geeft je System-agent de opdracht, en die legt het werk van de agent vast in het dossier, stopt de agent en haalt zijn toegang weg.

Wanneer je dit doet

Zodra het werk van de agent erop zit. Je System-agent neemt een agent pas uit dienst als jij het zegt, dus dat opruimen doe je zelf. Een agent die blijft staan, houdt zijn toegang tot je mail en je Drive, en neemt geheugen in op je server, en dat is niet oneindig.

Zo gaat het

  1. Open in de Canoniek-app het gesprek met je System-agent.
  2. Zeg welke agent uit dienst gaat, en of een andere agent het werk overneemt. Je System-agent legt eerst in het dossier vast wat de agent deed en wat er nog openstaat. Daarna haalt hij de agent uit de lijst van agenten die horen te draaien, en stopt hij de agent.
  3. Lees de melding van je System-agent. Daarin staat welke toegang van de agent is weggehaald, zoals zijn koppelingen, en welke klantspecifieke sleutels nog in je kluis staan: sleutels die alleen deze agent gebruikte, zoals een sleutel voor de software van één klant.
  4. Haal alleen die klantspecifieke sleutels zelf uit je kluis; een sleutel die ook andere agenten gebruiken, laat je staan. Je agenten kunnen in je kluis alleen lezen.

Goed om te weten

Zie ook