Alle onderwerpen

Handleiding › Dagelijks werk

Keuzes maken: wat jij beslist

Over vier onderwerpen vraagt een agent het jou eerst: aanpassingen aan je core, geld, je tijd en je klanten. Al het andere doet hij zelf, en dat meldt hij achteraf in één regel. Is het niet goed, dan stuur je bij tot het goed is; werkt het echt niet, dan draait hij het terug of haalt hij het weg.

Wat de agent jou eerst vraagt

Een prijs, korting of tarief noemt een agent alleen met jouw akkoord, ook als het een schatting is, want een genoemd bedrag is een toezegging. Een offerte maakt hij wel helemaal voor je op: de bedragen erin zijn pas genoemd als jij de mail met de offerte verstuurt. Zonder jouw akkoord verandert een agent ook niets in de software van een klant, zoals zijn website of zijn advertentieaccount. Keur je zo'n wijziging goed, dan voert hij haar wel zelf door, want jouw akkoord op dat ene voorstel is de controle; een mail of een appje naar buiten verstuur je altijd zelf. Een wijziging in je core raakt al je agenten, dus die spreek je eerst goed door met je System-agent. De core is van jou; grotere wijzigingen nemen we mee in het wekelijkse uur.

Je System-agent laat bovendien niets nieuws bouwen dat blijft draaien zonder jouw akkoord vooraf, zoals een nieuwe agent of een koppeling.

Ook wat buiten de vier valt, gaat via jou naar buiten: zijn werk, zoals een offerte of een document, gaat mee met een mail die hij als concept in je mailbox zet, of met een appje dat hij in een kopieerbaar blok in het gesprek zet, en jij verstuurt.

Wat de agent zelf doet

Hoe een vraag bij je binnenkomt

Een vraag staat aan het eind van het bericht van de agent in de Canoniek-app, in gewone tekst. Heb je iets te kiezen, dan staan de keuzes uitgeschreven en genummerd. Erbij staat waarom hij het vraagt, en wat er gebeurt als je het antwoord niet weet. Ligt er niets bij je, dan staat dat er in één regel.

Staat een agent lang op wacht op tool terwijl er geen vraag van hem in het gesprek staat, meld dat dan aan je System-agent. De agent kan dan wachten op een keuze die jij op je scherm niet ziet, zoals een keuzemenu of een lijst om aan te vinken.

Hoe je antwoordt

Je antwoordt in gewone tekst, zo kort als je wilt. Je antwoord geldt voor dat ene stuk werk, en niet voor het volgende. Tot je antwoordt, wacht dat stuk werk.

Weet je bij een keuze niet meer waar die over ging, omdat de aanleiding hoog in het gesprek staat, vraag de agent dan de keuze nog eens in gewone taal uit te leggen. Dat doet hij, met de aanleiding erbij.

Een richting is nog geen besluit. Denk je hardop, dan legt de agent dat niet vast als afspraak, en brengt hij het niet als afspraak naar een klant. Wat je besluit, zeg je met zoveel woorden, zoals "doe maar" of "ga je gang".

Krijg je toch een vraag die niet over een van de vier onderwerpen gaat, laat de agent dan zelf kiezen, bijvoorbeeld met "Kies zelf, en zeg achteraf wat je deed." Hij draagt dan de afweging, en jij houdt het laatste woord.

Zie ook