Alle onderwerpen

Handleiding › Zo werkt het

Waar alles staat

Je AI-systeem draait op je server: daar werken je agenten, en daar staan hun gesprekken, je repo en de database. Van je repo en van de gesprekken staat een kopie op GitHub. Je dossiers staan op je Drive, je sleutels in je kluis, en de Canoniek-app laat je de gesprekken op je server zien. Je Drive, je repo en je kluis zijn accounts van jou, en je server koop je zelf.

Je Drive

Op je Drive staan je dossiers, in één map per dossier en in de indeling die je al gebruikt. Jij en je agenten werken in dezelfde map: een agent levert zijn werk op in de submap waar het hoort, zoals een offerte in de submap offertes van die klant, en geeft je een link naar die map, bij Google Drive ook naar het document zelf. Ook de transcripten van Plaud en de bijlagen uit je mail komen in de map van het dossier.

In de map van elk dossier staat ook een map _ai-state. Daarin houdt de agent van dat dossier zijn administratie bij: wat hij deed, wat er besloten is en wat de volgende stap is. Het is zijn werkplek: je kunt erin kijken, maar veel zul je er niet uit opmaken, en dat hoeft ook niet. Valt een agent weg, dan vindt een nieuwe agent daar alles terug.

De indeling is van jou: welke mappen een dossier heeft, spreek je bij de start af, het liefst voor elke klant dezelfde; zie Wat er in de basis zit. Een agent maakt geen nieuwe dossiermap en verandert de indeling niet zonder jouw opdracht of akkoord. Binnen een dossiermap mag hij wel een submap aanleggen.

Je repo

Je repo staat op je server en op GitHub, in je eigen account. Elke wijziging is daardoor terug te zien en terug te zetten, en er staat een kopie buiten je server. Legt een agent iets vast in je repo, dan zet hij het in dezelfde beurt op GitHub, en twee kloktaken vangen op wat blijft liggen.

In je repo staat de code van wat er op je server draait, zoals je kloktaken, hooks en gates, en je koppelingen. Verder staan er de core, de skills en rulebooks van je agenten, en de technische documentatie, met onder meer welke agent welk dossier heeft, wat er draait, en wat er is voorgesteld en afgewezen, met de reden. Je System-agent werkt die documentatie bij zodra er iets bij komt. De System-agent, Rules en Fable houden ook hun eigen administratie bij in je repo; wat jij moet kunnen inzien, zoals de stand van een dossier, staat op je Drive.

Je kluis

Een agent haalt een wachtwoord of sleutel uit je kluis op het moment dat hij hem gebruikt, en schrijft hem nergens op. Alleen de sleutel tot je kluis zelf staat op je server, in een bestand dat alleen het account kan lezen waaronder je agenten op je server werken.

Een wachtwoord of sleutel zet je zelf in je kluis, en nooit in een gesprek met een agent of in een mail: wat in een gesprek staat, gaat naar Anthropic en blijft voorgoed in dat gesprek staan. Je kluis is je eigen 1Password, met daarin je kluis Agents voor je agenten. Bij de installatie zetten wij je sleutels daarin, ook de sleutel waarmee je server je mail bij de verdeler ophaalt. Wij bewaren de inlog van je 1Password en een sleutel die alleen je kluis Agents opent, in een kluis die wij in ons eigen 1Password voor je aanhouden; daarmee beheren en repareren wij je AI-systeem.

Een sleutel zet je in je kluis als beveiligde notitie. Is het één sleutel, dan zet je hem in de notitie zelf; een sleutelbestand, zoals dat van Google, zet je er in zijn geheel in. Horen er bij één dienst meer gegevens, zoals bij Microsoft, dan maak je voor elk gegeven een nieuw tekstveld, met de naam die je agent je noemt, bijvoorbeeld Client Secret, en zet je het gegeven in dat veld.

Je server

Je server houd je apart voor je AI-systeem. Daarop werken je agenten, en daar staan hun gesprekken, je repo met de core, de skills en de rulebooks, en de diensten van de Canoniek-app. Op je server staat ook de database met de chronologie en de actiepunten: in de chronologie staat elke afgeronde handeling met waar het resultaat staat, in de actiepunten wat er nog moet gebeuren en bij wie het ligt. En er staat de zoekindex, een kopie van je Drive waarin je agenten op betekenis zoeken, en die een kloktaak elke nacht opnieuw opbouwt.

Elk uur gaat er een kopie van de gesprekken van je agenten naar een tweede repo op GitHub, naast je repo; ook die staat in je eigen account en is privé. Herstart je server, dan gaan je agenten verder in de gesprekken die op je server staan. Elke dag maakt je server een back-up van zichzelf met Time Machine; daarmee zet je je AI-systeem ook over naar een andere Mac, mocht dat een keer nodig zijn. De kopie op GitHub is er voor als je server zelf verloren gaat. Hoe dat werkt, staat in Wat een agent onthoudt.

De Canoniek-app

De Canoniek-app is een venster op je server: hij laat op je telefoon en je laptop de gesprekken zien die daar staan, en brengt jouw berichten daarheen. Dat gaat over het privénetwerk, Tailscale: staat Tailscale uit op je telefoon of je laptop, dan ziet de Canoniek-app je agenten niet. Hoe dat netwerk werkt, staat in Tailscale, je privénetwerk.

Wat bij ons staat

Twee dingen staan niet in je AI-systeem, maar bij ons. De blauwdruk is het beginpunt van je repo. Verbeteren wij hem, dan bespreken we wat je daarvan overneemt in het wekelijkse uur. En het deel van de verdeler dat je mail verdeelt, draait bij ons; daar wacht een kopie van je mail tot je server hem ophaalt.

Wie erbij kan

Het taalmodel achter je agenten, Claude, draait niet op je server maar bij Anthropic. Je binnenkomende mail laat de verdeler lezen door een klein taalmodel van een andere leverancier. Laat je een antwoord voorlezen in de Canoniek-app, dan gaat die tekst naar Google. Wij lezen je repo mee. Je dossiers en je sleutels staan daar niet in, wel welke agent welk dossier heeft en de voorbeelden uit je werk in je skills en rulebooks. Op je server hebben wij toegang op afstand, om mee te kijken en te herstellen. In de inhoud van je dossiers en je mail kijken wij alleen bij een technisch probleem, met jouw toestemming vooraf en voor een afgesproken tijd. Hoe dat gaat, staat in Wanneer wij meekijken en herstellen.

Als iemand zijn gegevens terugvraagt

Vraagt een klant welke gegevens je van hem hebt, of wil hij dat je ze verwijdert, vraag het dan je System-agent. Die zegt je per plek waar die gegevens staan, wat weg kan en wat blijft.

Zie ook